Windows Server is niet meer weg te denken uit het IT-landschap en heeft de afgelopen jaren zijn dienst zeker bewezen. Aan de nieuwste versie van Windows Server is te zien dat de ontwikkelingen sinds het uitbrengen van Windows Server 2012 niet stilgestaan hebben. Er zijn veel nieuwe functies en mogelijkheden bijgekomen: Microsoft heeft flink ingezet op het principe van ‘software-defined datacenters’. De speerpunten: verhoogde veiligheid, geavanceerde netwerktechnologie en snelle en betrouwbare gegevensopslag. Maar ook de hybride cloud komt terug in Windows Server 2016, waardoor de adoptie van en integratie met Microsoft Azure stukken makkelijker wordt.

Veiligheid en stabiliteit voor alles

Windows Server 2016 is het meest veilige server-besturingssysteem tot op heden. Wanneer de componenten en diensten op de juiste manier ingezet worden, zorgt Windows Server ervoor dat ‘pass-the-hash’-aanvallen tot het verleden behoren. Daarbij kun je met de vele opties in dit systeem een volledig softwarematig gedefinieerd datacenter opbouwen, zonder dat daar de installatie van aanvullende managementsoftware voor nodig is.

Microsoft heeft met Server 2016 een nieuwe clustering-technologie geïntroduceerd. Zo veroorzaakt het upgraden van je huidige clusters geen down-time meer voor de diensten die daarop werken. Het systeem blijft stabiel en draaiend. Windows Server 2016 biedt dus een zeer betrouwbare en veilige omgeving, gebaseerd op de nieuwste – met track records bewezen – technologieën. Daarom vertrouwen klanten als FMO, InterSolve en NileDutch inmiddels volledig op Windows Server 2016, geïnstalleerd door InSpark.

De nieuwste addities van Windows Server 2016

Nano Server
Eén van de grootste wijzigingen in Windows Server heet “Nano”. Met Nano heeft Microsoft een zo minimaal mogelijk, maar zeer functioneel besturingssysteem gecreëerd. Alleen de componenten die daadwerkelijk voor de workload benodigd zijn, worden geïnstalleerd. Dit houdt ook in dat Nano geen directe grafische interface biedt. Door de wijzigingen is de footprint van de server 90% kleiner, wat (opslag)ruimtebesparingen oplevert en tevens alle installaties sneller maakt. Met minder geïnstalleerde software zijn er ook minder updates nodig. Dat leidt wederom tot minder reboots en een verbeterde uptime van systemen. Deze toepassing biedt een kleine installatie voor het draaien van containers bovenop het besturingssysteem.

Containers & Hyper-V Containers
Hoewel “containers” een nieuwe term vormen in de wereld van Windows, wordt de container-technologie al sinds enige tijd gebruikt op Linux besturingssystemen. Een container is een afgesloten plek binnen het besturingssysteem, waar een applicatie uitgevoerd kan worden, zonder effect te hebben op andere applicaties op dezelfde fysieke host. De containers maken gezamenlijk gebruik van de kernel van hetzelfde onderliggende containerhost-besturingssysteem, waardoor containers niet langer een eigen besturingssysteem nodig hebben.

Naast de standaardcontainer heeft Windows Server 2016 een tweede variant, de Hyper-V container. Met deze variant wordt volledige isolatie geboden door de Hyper-V Container in een VM-omgeving uit te voeren. Het onderliggende besturingssysteem wordt in dit geval juist niet gedeeld.

Nested virtualization
Dit is een ondersteunende optie voor Windows Server Containers. Nested Virtualization maakt het mogelijk om een virtuele machine van Hyper-V te voorzien, zodat hierop wederom meerdere virtuele machines geactiveerd kunnen worden. Een fysieke hardware host is niet langer nodig. Dit kan erg handig zijn voor bijvoorbeeld training- en testdoeleinden.

Hot add/remove
Met Hyper-V op Windows Server 2016 kun je zogenaamde ‘hot adds and removals’ van geheugen en virtuele netwerkadapters doorvoeren. Nu kun je de virtuele machine op hardware niveau aanpassen, zonder dat deze eerst uitgezet (‘cold’) moet worden.

Powershell Direct
Met Powershell Direct kun je virtuele machines of containers met behulp van de Hyper-V hosts op afstand beheren, ongeacht of deze een netwerkconnectie hebben. Door Powershell Direct wordt het makkelijker voor beheerders om automation toe te passen.

Shielded VMs
Shielded Virtual Machines maakt gebruik van verschillende onderdelen in Windows Server 2016 om de toegang tot de VM te beperken of te bemoeilijken, zowel voor kwaadwillende software als ook voor systeembeheerders. De staat en data van de VM worden versleuteld. Hyper-V beheerders kunnen de console van de virtuele machine niet zien. Ook kan de virtuele disk alleen gebruikt worden door geverifieerde servers. Door deze functionaliteit wordt de veiligheid van data gegarandeerd, wat vooral belangrijk is als je grote hoeveelheden klantgegevens host.

Storage Spaces Direct
Hiermee worden hoog beschikbare opslagsystemen met lokale serveropslag geïmplementeerd. Gedeelde opslag (shared storage) middels SAN is niet meer nodig. Indien de beschikbare ruimte uitgebreid moet worden, voeg je een server met lokale opslag toe aan het cluster, waarna het cluster de data automatisch opnieuw over de cluster nodes verdeelt.

Converged
Op basis van Storage Spaces Direct ontwikkelt Microsoft door met het Hyper-Converged model, waarbij nu meerdere rollen op hetzelfde cluster worden geïnstalleerd. Een goed voorbeeld hiervan is de combinatie van een storage cluster en een Hyper-V cluster, waardoor één Hyper-Converged cluster ontstaat. Zo is het niet langer nodig om voor de opslag aparte hardware aan te schaffen; virtuele machines en opslag zijn op hetzelfde cluster actief.

Resilient File System (ReFS)
Het ReFS was al beschikbaar in Windows Server 2012 en heeft als doel een robuuster bestandssysteem te creëren ten opzichte van NTFS. ReFS vermindert corruptie op virtual hard disk-niveau en biedt substantiële verbeteringen op prestatieniveau. Net als Microsoft raden wij het gebruik van ReFS bij Hyper-V clusters op Windows Server 2016 dan ook sterk aan.

Overtuigd?

Neem dan contact met ons op. Wij laten je graag alle voor jouw organisatie specifieke voordelen en mogelijkheden van Windows Server 2016 zien.

SHARE