Skip to content
Blog

De 6 criteria voor een sterke AI-agent

Laatste update: 18 februari 2026

In veel organisaties zijn de eerste AI-agents gebouwd, draaien ze al mee in het dagelijkse werk en laten pilots zien wat technisch mogelijk is. Toch blijft het resultaat vaak achter. Initiatieven blijven kleinschalig, opschaling lukt niet en het is lastig om aan te tonen wat AI nu daadwerkelijk oplevert.

Er wordt vaak aangenomen dat een slimme agent automatisch ook bruikbaar is, dat elk proces geschikt is voor automatisering en dat governance en datatoegang later wel geregeld kunnen worden. Ondertussen nemen zorgen toe over veiligheid, grip op data en adoptie door medewerkers. En blijft de vraag hangen: waar zit de echte businesswaarde?

In deze blog zetten we de randvoorwaarden op een rij die we in de praktijk steeds terugzien als agents wél opschalen.

🎧 Liever kijken? Bekijk hier het hele webinar terug: Webinar: Wat maakt een goede AI-agent succesvol

Waar de businesswaarde van AI-agents echt zit

In veel organisaties besteden medewerkers dagelijks een aanzienlijk deel van hun tijd aan repeterend werk: e-mails lezen en doorzetten, informatie verzamelen, verslagen uitwerken, gegevens overzetten tussen systemen. Taken die nodig zijn, maar weinig bijdragen aan de kern van hun functie. AI-agents kunnen dit soort stappen structureel overnemen en consistent uitvoeren. Dat bespaart tijd, verlaagt de kans op fouten en maakt processen voorspelbaarder. Minder handmatig werk zorgt bovendien voor minder contextwisselingen en frustratie en meer ruimte voor inhoudelijk werk. Medewerkers houden grip op hun werk, terwijl organisaties beter inzicht krijgen in waar tijd en capaciteit naartoe gaan. Juist die combinatie van meetbare efficiëntie, hogere kwaliteit en betere inzet van mensen maakt AI-agents interessant voor organisaties die verder willen dan losse pilots.

Wanneer is een AI-agent echt succesvol?

Succes draait bij AI-agents om doelgericht handelen. Techniek, werkproces en organisatie moeten daarvoor op elkaar aansluiten. Dat betekent dat een agent een duidelijk afgebakende taak heeft, aansluit op hoe mensen al werken en aantoonbaar bijdraagt aan een concreet doel. Tegelijk moet helder zijn welke data de agent gebruikt, welke beslissingen hij wel en niet mag nemen en waar menselijke controle nodig blijft.

Je merkt dat een agent werkt als mensen ‘m niet meer als experiment zien, maar als een logische stap in hun workflow.

Die uitgangspunten klinken logisch, maar vragen in de praktijk om scherpe keuzes. Organisaties die AI-agents succesvol inzetten, blijken steeds dezelfde principes te hanteren. Op basis van praktijkervaring zijn zes succescriteria te onderscheiden die bepalen of een AI-agent daadwerkelijk waarde levert.

1. Start op de werkvloer, niet in de boardroom

Een succesvolle AI-agent begint bij een concreet werkproces. Waar gaat structureel veel tijd in zitten? Welke taken keren steeds terug? En waar zit werk dat noodzakelijk is, maar weinig toevoegt?

Juist die processen vormen een logisch startpunt. Medewerkers weten zelf het beste waar frustratie ontstaat, waar handmatig werk overheerst en waar stappen weinig waarde toevoegen. Door daar te beginnen, sluit een agent aan op de praktijk in plaats van op een theoretisch ontwerp. Dat vergroot niet alleen de kans op daadwerkelijke besparing, maar ook op acceptatie en gebruik.

Waar gaat het vaak fout

AI-agents worden bedacht vanuit wat technisch mogelijk is, niet vanuit wat het dagelijkse werk vraagt. Processen worden te groot gekozen of blijven vaag, waardoor medewerkers zich er niet in herkennen. Het gevolg is dat de agent nauwelijks wordt gebruikt en blijft hangen in een pilot.

2. Houd taken klein en duidelijk afgebakend

Een succesvolle AI-agent voert een duidelijk afgebakende taak uit. Niet één agent die alles moet kunnen, maar meerdere agents die elk een specifieke stap in een proces ondersteunen. Denk aan het lezen van informatie, het vastleggen ervan of het voorbereiden van een vervolgstap.

Door taken klein te houden, wordt het gedrag van een agent voorspelbaar en beter te controleren. Het maakt testen eenvoudiger, fouten inzichtelijker en aanpassingen sneller door te voeren.

Waar gaat het vaak fout

Agents krijgen een te brede opdracht of moeten meerdere taken tegelijk uitvoeren. Daardoor wordt onduidelijk wat de agent precies doet, wanneer hij faalt en wie verantwoordelijk is voor de uitkomst. Het gevolg is een oplossing die moeilijk te testen is en weinig vertrouwen oproept bij gebruikers.

3. Maak businesswaarde vooraf expliciet en meetbaar

Een AI-agent is pas succesvol wanneer duidelijk is welke waarde hij toevoegt. Dat begint bij inzicht in het huidige proces. Hoeveel tijd kost het? Hoe vaak komt het voor? Hoeveel mensen zijn ermee bezig? Pas wanneer dit scherp is, wordt zichtbaar wat verbetering oplevert.

Door businesswaarde vooraf expliciet te maken, ontstaat focus. Het helpt om prioriteiten te stellen, verwachtingen te managen en later te toetsen of de agent daadwerkelijk doet wat hij moet doen. Zo wordt AI een onderbouwde investering.

Waar gaat het vaak fout

Agents worden gebouwd zonder helder beeld van het probleem dat ze oplossen. Waarde wordt pas achteraf gezocht of helemaal niet gemeten. Daardoor is het lastig om succes aan te tonen en verdwijnt het initiatief naar de achtergrond.

4. Zorg dat data, rechten en governance op orde zijn

AI-agents werken met data en nemen acties namens gebruikers. Dat vraagt om duidelijke afspraken over wat een agent mag zien, gebruiken en doen.

Goede governance betekent dat een agent alleen toegang heeft tot data waar de gebruiker ook recht op heeft. Het maakt gedrag voorspelbaar en voorkomt ongewenste verrassingen. Bovendien vergroot het vertrouwen bij medewerkers en stakeholders.

Waar gaat het vaak fout

Governance wordt gezien als iets voor later. Data is versnipperd, rechten zijn onduidelijk en verantwoordelijkheid ontbreekt. AI maakt deze problemen zichtbaar, waardoor initiatieven stilvallen of risico’s ontstaan die vermeden hadden kunnen worden.

5. Werk gestructureerd en iteratief

AI-agents zijn zelden meteen succesvol. Ze worden ontworpen, getest en aangescherpt in nauwe samenwerking met gebruikers. Door klein te beginnen en iteratief te werken, blijft de oplossing aansluiten op de praktijk.

Een gestructureerde aanpak maakt het mogelijk om tussentijds bij te sturen. Werkt de agent zoals bedoeld? Wordt hij gebruikt? Levert hij de verwachte waarde? Deze vragen bepalen of opschaling zinvol is.

Waar gaat het vaak fout

Organisaties proberen te snel te veel. Agents worden in één keer uitgerold zonder ruimte voor testen of feedback. Fouten worden laat ontdekt en aanpassingen zijn kostbaar, waardoor enthousiasme snel verdwijnt.

6. Houd de mens altijd aan het roer

Ook bij vergaande automatisering blijft menselijke controle essentieel. Een succesvolle AI-agent ondersteunt het werk, maar neemt geen verantwoordelijkheid over. Medewerkers behouden zicht op wat er gebeurt en kunnen ingrijpen wanneer dat nodig is.

Door menselijke controle expliciet in te bouwen, ontstaat vertrouwen. De agent wordt gezien als hulpmiddel, niet als vervanging. Dat vergroot acceptatie en maakt het mogelijk om AI veilig toe te passen in kritische processen.

Waar gaat het vaak fout

Agents worden te autonoom ingericht of zonder duidelijke controlemomenten ingezet. Medewerkers verliezen overzicht of vertrouwen, waardoor gebruik afneemt en risico’s toenemen.

Waar begin je met je eerste AI-agent?

Na het doorlopen van de succescriteria wordt duidelijk dat een eerste AI-agent kansrijk is voor werk dat veel voorkomt en weinig aandacht zou moeten vragen. Processen met duidelijke regels, een hoge herhaling en een voorspelbaar verloop.

Denk aan taken zoals e-mailverwerking, verslaglegging of het beantwoorden van terugkerende vragen. Juist omdat deze processen overzichtelijk zijn, maken ze het mogelijk om snel waarde te realiseren en tegelijk ervaring op te doen met adoptie, governance en menselijk toezicht.

Van experiment naar duurzame inzet

AI-agents leveren pas waarde wanneer ze doelgericht worden ingezet als onderdeel van het dagelijkse werk. Dat vraagt om scherpe keuzes in proces, afbakening en randvoorwaarden. Even belangrijk is aandacht voor hoe medewerkers met agents werken en hoe vertrouwen wordt opgebouwd.

Organisaties die deze stappen bewust doorlopen ervaren dat AI-agents geen ingrijpende verandering hoeven te zijn. Ze versterken bestaande processen, verminderen verspilling en creëren ruimte voor werk dat er echt toe doet. Zo verschuift de inzet van AI van incidentele pilot naar een duurzame manier van werken.